Prototypetestopzet

Testen en Evalueren
Doen
Opdracht

Je hebt hebt een lesidee of lesactiviteit bedacht, maar hoe werkt het in de praktijk? Voordat je dit in de praktijk gaat uitvoeren, test je een onderdeel van dit concept met leerlingen in de prototypetest.

Personen

  • Docent(en) en/of cultuurmaker.

Benodigdheden

  • Werkblad Prototypetestopzet.
  • Ingevulde werkblad Concept one-pager met het juiste concept (fase 3).
  • Ingevulde werkblad Storyboard en/of werkblad Stop-motion (fase 3).
  • Optioneel: Ingevulde werkblad Vragen en aannames als dat in fase 3 al is ingevuld voor het concept dat je wilt gaan testen.

Wat

Testen, evalueren en bijstellen. Dit zijn belangrijke stappen om tot echt goede nieuwe activiteiten te komen. Met het werkblad Prototypetestopzet kun je een zo concreet mogelijke ‘proef’ uitzetten.

Voorafgaand aan de test maak je een selectie van aannames en vragen die je over je lesidee of activiteit hebt en die je wilt gaan testen. Misschien had je die in fase 3 al opgesteld in het werkblad Vragen en aannames. Probeer elke vraag uniek te maken en aan te laten sluiten op je aannames. Wees specifiek in je vraagstelling, maar ga niet te veel in op details. Een voorbeeld van een onderzoeksvraag kan zijn: ‘Sluit de werkwijze van de externe kunstenaar aan bij de belevingswereld van de leerlingen? of Hoe kunnen de leerlingen met dezelfde creatieve opdracht tot meer dan drie eigen ideeën komen?’ Deze testvraag is de onderzoeksvraag van je prototypetest.

In Studio VMBO is de prototypetest altijd het moment dat de leerlingen op bezoek gaan bij de cultuurmaker. Met de test onderzoek je of de leerlingen een specifiek vernieuwend onderdeel van je lessenserie begrijpen en aan kunnen en gemotiveerd zijn/ worden om er mee aan de slag te gaan.

TIP: Deel met je leerlingen dat je iets nieuws gaat uitproberen, dat het dus niet perfect zal zijn, maar dat je het belangrijk vindt hun mening te horen zodat je daarvan kunt leren.

Hoe 

  • Download en print het werkblad op A3-formaat.
  • Vul de praktische informatie in.
  • Kijk nog eens terug naar de ontwerpvraag waar je mee begon in fase 1. Noteer de ontwerpvraag op het werkblad en scherp wanneer nodig de vraag nog eens aan. Neem de focus/doel uit de ontwerpvraag mee bij het opstellen van de prototypetest.
  • Vul daarna de vraag/vragen in die je wilt beantwoorden met de test. Je kunt hiervoor de invulzin(nen) gebruiken of een eigen vraag formuleren. 
  • Vul dan de lijst in met de voorbereidingen die moeten worden gedaan voor de test.

Bestand: (568 KB)

Werkblad Prototypetestopzet